Wat betekent 'belle époque'?

De periode van ongeveer 1870 tot 1914 werd na de Eerste Wereldoorlog omschreven als de 'belle époque', Frans voor de 'mooie eeuw'. Bij ons sprak men van een 'gouden tijdperk'. 

De burgerij kende toen een redelijke welstand. Ten gevolge van de industriële revolutie ontstond naast de oude adel een nieuwe industrie- en handelsburgerij. Deze elite wilde met volle teugen genieten. Ze ontvluchtte de ongezonde en deprimerende steden op zoek naar de natuur en alternatieven voor de verveling. 

Eind 18e eeuw ontdekte men de aantrekkingskracht van de zee en de badplaatsen maakten algauw furore. De aanleg van de spoorwegennetten was de aanzet voor echte volksverhuizingen tijdens het toeristisch seizoen. Deze rijke toeristen eisten een comfortabel verblijf, badinstellingen én voldoende ontspanningsmogelijkheden.
Badcultuur vroeg om badarchitectuur en naast luxueuze hotels kwamen de kustvilla's in trek. Weldra boden de toeristische wijken een kleurig en verrassend schouwspel. De plaatselijke vissersbevolking, het dienstpersoneel en de arbeiders konden zich aan de rijkdom enkel vergapen.